DE DIAGNOSE

De diagnose diabetes type 1 heb ik gekregen op donderdag 20 februari 2020. Als je dit te horen krijgt is dit een flinke klap. Deze klap werd versterkt doordat ik met de klachten die ik had niet van iets ergs uit ging. Mijn leven als 18 jarige (20-06-2001) stond op zijn kop, maar ook had ik gelijk al het gevoel dat ik er serieus mee om wou gaan.

Tijdens mijn opname in het ziekenhuis had ik al veel dingen op internet opgezocht. Niet heel verstandig want om gelijk al in paniek te raken over de complicaties heeft echt geen zin. Allereerst is het belangrijk dat je de basisinformatie over diabetes type 1 krijgt. Deze kreeg ik van veel verschillende mensen in het ziekenhuis, maar iedereen had dezelfde conclusie. ‘Wanneer je er serieus mee omgaat is er uiteindelijk prima mee te leven’. Dit motiveerde mij enorm en daarom ben ik er sinds dag 1 serieus mee bezig gegaan.

Vooral de eerste 3 weken vond ik erg lastig. Ik was met een HbA1c waarde van 164 natuurlijk al een langere tijd niet gezond, maar zo voelde ik me wel. De week voor mijn diagnose had ik nog 5 dagen in Disneyland Parijs rond gelopen. Daar had ik nooit gedacht dat ik die week daarna in eens diabetes type 1 zou hebben. Ik voelde me een gezonde jongen met wat vage klachten. In het ziekenhuis kreeg ik vaak te horen dat ze het bijna niet geloofden dat ik niet meer klachten had dan dorst en vaak naar de wc.

Toen ik weer naar huis mocht voelde ik me eigenlijk minder gezond dan daarvoor. Ook al ging het natuurlijk weer veel beter dan eerst. Ik moest voor en na het eten prikken en spuiten. En omdat ik ’s avonds nog zo hoog zat moest het toen ook nog. Door mijn angst voor naalden was ik altijd erg bang om te prikken en spuiten, maar gelukkig went dit snel.

De mensen om mij heen waren ook erg geschrokken. Alle berichten hebben mij de eerste weken heel erg geholpen om de diabetes een plekje te geven. Ondanks dat iedereen je probeert te helpen, heb ik ook genoeg onhandige opmerkingen gekregen. Zo heb ik vaak de opmerking gekregen: ‘gelukkig is er goed mee te leven!’. Natuurlijk is dit waar, maar als je te horen krijgt dat je diabetes hebt staat je hoofd daar niet naar. Je hebt een ziekte waaraan je niet beter gaat worden en waar je de rest van je leven rekening mee moet gaan houden. Ook kreeg ik vaak te horen dat mensen het knap vonden dat ik het zelf aandurfde om te prikken en te spuiten. Hierbij gaven ze aan dat ze dit zelf niet zouden durven. Natuurlijk bedoelen ze dit goed, maar ik vond het ook spannend. Als diabeet heb je geen keus. De insuline die ik in mijzelf spuit houdt mij in leven.

Als laatst kreeg ik soms de opmerking: ‘Diabetes krijg je doordat je teveel suiker eet’. Allereerst zijn dit niet bepaald opmerkingen die je wil horen als je net diabeet bent, maar wat ik dan nog ergste vind is dat het helemaal niet waar is. Diabetes type 1 krijg je niet doordat je teveel suiker eet, maar doordat je lichaam zelf geen insuline meer aanmaakt. Boos werd ik niet op de mensen die deze opmerkingen maakten. Ik had deze weken mijn energie wel voor betere dingen nodig. Het leren leven met diabetes type 1.